Nederland heeft in haar openingswedstrijd teleurstellend met 2-2 gelijkgespeeld tegen Japan. Wat viel er op individueel tactisch gebied op bij onze analisten? Twee conclusies na een bijzondere wedstrijd in de groepsfase van het WK 2026.
Vooraf waren er vooral zorgen over het scorend vermogen van het Nederlands elftal. Na de twee oefenwedstrijden tegen Algerije en Oezbekistan waarin er geen goals uit open spel werden gemaakt, was iedereen benieuwd of we tegen Japan wel zouden kunnen scoren. Met twee goals uit open spel zijn die zorgen in ieder geval weggenomen.
Maar waar Nederland in die oefenwedstrijden wél veel kansen creëerde (meer dan 4 xG tegen Oezbekistan), was het tegen Japan andersom. Oranje speelde in Dallas slechts 0,78 xG bij elkaar, waarvan maar 0,33 uit open spel (data: Fotmob).
Verdedigend stond Oranje ook slechts 0,59 xG toe. Het was dus een wedstrijd van weinig kansen, een tactisch steekspel. Nederland had veel de bal, maar deed er weinig mee. Wij gingen op zoek naar de reden, en vonden een aantal verbeterpunten op individueel tactisch niveau.
Reijnders is te ongeduldig
De veldbezetting op het middenveld bij Oranje was nét wat anders dan in eerdere wedstrijden, op aanvraag van Frenkie de Jong. In plaats van dat Reijnders nu als enige “tien” speelde, stond hij nu samen met Gravenberch op een lijn, als twee tienen. Met Frenkie daar achter op “zes”, die veel uitzakte om aanspeelbaar te worden.
Japan speelde verticaal erg compact, waardoor het lastig was voor Oranje om door de as te spelen.

De situatie zoals hierboven kwam – vooral in de eerste helft – vaak voor. Japan plooit terug, tot net voor de eigen zestien, en de centrale verdedigers van Nederland zijn aan de bal. Reijnders kwam op dit soort momenten vaak ín de bal, of hij probeerde een in een andere ruimte aanspeelbaar te worden. Maar dit leverde keer op keer niks op.
Wat had hij dan moeten doen?
Als middenvelder kies je je positie niet altijd om direct aanspeelbaar te zijn. Soms ben je op de perfecte positie niet zelf direct aanspeelbaar, maar creëer je ruimte voor een andere pass. En omdat je dan al op de goeie plek staat, ben je in een perfecte positie voor het vervolg. Japan deed het voor, bij de 1-1.
Kubo staat perfect tussen de linies. Hij is zelf niet aanspeelbaar, maar wanneer de bal naar de flank gaat, staat hij in perfecte positie om diep te gaan. Hij legt de bal terug en geeft daarmee de assist.
Reijnders had ook een paar momenten dat hij wél in de juiste positie stond, met name wanneer Van Hecke de bal had. Die wist hem ook met een aantal fraaie Inside passes te bereiken. Maar Reijnders wist deze ballen over het algemeen niet te promoveren tot kans, mede door een gebrek aan scanning, of verkeerde lichaamshouding.
Gravenberch is wél geduldig, en dat betaalt zich uit
Waar Reijnders er dus voor kiest om veelvuldig in de bal te komen, blijft Gravenberch vaker wachten achter de middenvelders van Japan. Dit verklaart ook waarom hij in het eerste gedeelte van de wedstrijd nauwelijks in het spel voorkwam.
Al in de tweede minuut van de wedstrijd liet hij zien dat je vanuit die positie bijvoorbeeld ook goed diep kan gaan. De bal werd niet gegeven, maar de loopactie was wel gevaarlijk.
En in de tweede helft is hij twee keer kort achter elkaar aanspeelbaar door een verticale pass van Van Hecke. Precies dezelfde soort momenten als waar Reijnders juist in de bal kwam, of de ruimte verliet. Bij de eerste was Gravenberch niet perfect voorbereid (Positie en Lichaamshouding niet optimaal) en komt er alsnog een kans uit. Bij de tweede keer had hij zich beter voorbereid, en leidde het tot de assist op de 2-1 van Summerville.
Consequent positie kiezen in deze ruimte leidt misschien tot minder balcontacten, maar de balcontacten díe je krijgt kunnen wel direct tot kansen leiden. En zelfs als je de bal niet krijgt, creëer je vaak wél ruimte voor een ander door in deze positie te staan, zoals hieronder wordt uitgelegd.
Malen komt minder tot z’n recht tegen inzakkende tegenstanders
Volgens de poll die we voor de wedstrijd op Instagram plaatsten, had het grootste deel van onze volgers een voorkeur voor Malen als spits.

En hoewel hij één van de gevaarlijkste spelers was van Oranje, met 2 schoten op doel, en 9 balcontacten in de zestien, had Ronald Koeman in deze wedstrijd misschien meer gehad aan: Memphis Depay.
Hear me out!
Waar Malen’s kracht vooral ligt in de diepte zoeken, lag er tegen het inzakkende Japan vrijwel geen ruimte voor de spits van AS Roma om diep te gaan. De laatste linie van Japan stond over het algemeen zó laag, dat een dieptepass op de millimeter perfect moest zijn om aan te komen.
Zo waren er een aantal momenten, zeker in de eerste helft, dat Reijnders en Gravenberch hun man door goed positie kiezen wegtrokken uit het centrum. Daardoor kwam de passlijn door de as richting Malen open te liggen. Malen wilde de bal echter niet in de voeten hebben, maar in de diepte.

Toen Memphis in het veld kwam, liet hij zien dat hij dit onderdeel beter beheerst dan Malen.
Het kan een overweging zijn voor Koeman om de spitspositie af te laten hangen van de speelwijze van de tegenstander. Als hij verwacht dat er ruimte achter de laatste linie komt te liggen, is Malen duidelijk de betere optie. Als de tegenstander zo ver inzakt als Japan gisteren deed, kan Memphis iets brengen wat Malen niet of nauwelijks brengt: als aanspeelpunt fungeren, en dan de middenvelders in stelling brengen met hun gezicht naar de goal.
Conclusie
Er is zeker geen man overboord na het gelijkspel tegen Japan. Tegen Zweden en Tunesië zullen de ruimtes naar verwachting groter zijn voor Oranje. Toch is de afstemming in de as van het veld nog niet helemaal goed. Laten we hopen dat Koeman de juiste conclusies trekt, en we in de resterende twee poulewedstrijden meer kansen creëren uit open spel.
Wil jij meer leren over individuele tactiek? Op 25 juni organiseren wij een gratis webinar voor ambitieuze coaches over één van de krachtigste tactische concepten voor spelers: het nulpunt. Meld je aan via deze link!