In een gesprek deelt Rene Paauw – hoofdtrainer van SC Cambuur JO14 en coördinator van de onderbouw – hoe hij jeugdspelers verantwoordelijkheid geeft over hun eigen ontwikkeling. Met een aanpak die zelfregulatie centraal stelt en slimme technologie zoals Smart11 benut, ziet Paauw zijn spelers zichtbaar groeien. Hieronder lees je hoe hij dat aanpakt en wat het de Cambuur-talenten oplevert.
Brede rol binnen Cambuur Jeugdopleiding
Rene vervult een dubbele functie binnen de jeugdopleiding van SC Cambuur. Als hoofdtrainer van de onder 14 (JO14) is hij verantwoordelijk voor het team en hun ontwikkeling. Daarnaast is hij coördinator van de onderbouw bij de voetbalschool van Cambuur – waar jonge talenten uit de regio extra training krijgen. Die combinatie is druk, maar ook erg waardevol, vertelt Paauw:
De ene dag ben ik veel met Onder 14-spelers bezig – met hun teamdoelen en individuele doelen. En op de vrijdag juist met talent uit de regio, die ik zo goed mogelijk help en de trainers daarbij begeleid.
Omdat de voetbalschool op andere dagen plaatsvindt dat de teamtrainingen van de JO14, is deze rol goed te combineren. Sterker nog, Paauw bewaakt de rode draad tussen de reguliere jeugdopleiding en de voetbalschool. “Ik let erop dat we bij de voetbalschool trainen zoals we in de opleiding ook trainen. Het moeten geen totaal verschillende dingen zijn.” legt hij uit. Zo ervaren jonge spelers en gasttrainers al vroeg de werkwijze van de Cambuur-opleiding, zodat de overgang naar de jeugdteams later natuurlijk verloopt.

Zelfregulatie als kern van de opleiding
Een belangrijk thema in Paauws aanpak is zelfregulatie van spelers. Vanaf de voetbalschoolleeftijd al leren spelers om zelf initiatief te nemen in hun ontwikkeling. “Wij vinden zelfregulatie heel erg belangrijk,” zegt Paauw. “Kom je hier het veld op, wat kom je dan eigenlijk doen? Of ga je naar de trainer kijken?” Met andere woorden: jonge spelers worden aangemoedigd om met een plan het veld op te stappen in plaats van passief op aanwijzingen te wachten.
Concreet betekent dit dat Cambuur-spelers bij aanvang van de training zelf aan de slag gaan. In de eerste 15 minuten – het “oefenkwartier” – kiezen ze zelf hoe ze zich voorbereiden. “De ene speler gaat met zijn oefendoelen een kwartiertje alles doen: schieten, passen, hooghouden… De ander heeft misschien een doel voor vandaag gepland en gaat daar gericht mee aan de slag,” schetst Paauw. Het hebben van een persoonlijk doel voor elke training is daarbij essentieel. Die mentaliteit ziet hij graag al bij de jongste jeugd: zelf nadenken over wat ga ik vandaag verbeteren?
Naast zelfregulatie in warming-ups en trainingsdoelen, hamert Paauw ook op duelvaardigheid en aanpassingsvermogen. Veel oefenvormen bij Cambuur focussen op het één-tegen-één: aanvallen, verdedigen, dominantie. Spelers leren bovendien om te gaan met steeds wisselende situaties: bijvoorbeeld spelen tegen sterkere tegenstanders of op verschillende ondergronden. “Je speelt bij de voetbalschool ineens met de beste spelers van alle clubs. Kan je je daarin aanpassen, ja of nee? Hoe snel lukt dat?” zegt Paauw. Die leercurve, het vermogen van een talent om zich aan veranderingen aan te passen, is iets wat hij scherp in de gaten houdt.

Wedstrijdevaluatie in eigen handen met Smart11
Technologie speelt een onmisbare rol bij de JO14 om spelers bewuster te laten leren. Wedstrijden van JO14 worden gefilmd, en met behulp van Smart11 krijgen spelers zelf de touwtjes in handen bij de nabespreking. Met Smart11 kunnen we na een wedstrijd terugkijken en evalueren op je eigen doelen,” legt Paauw uit. “Heb je die gehaald? Hoe vaak heb je je wapen laten zien? En hoe zit het met je ontwikkelpunten? Die gerichte vragen vormen de basis van elke persoonlijke analyse.
De workflow is strak maar flexibel: meestal staat de wedstrijd van zaterdag dezelfde dag of uiterlijk zondag al online in Smart11. Vanaf dat moment kunnen spelers zélf hun wedstrijd terugkijken, waar en wanneer het hen uitkomt – thuis of op de club. “Het doel is dat ze voor woensdag allemaal hun analyse erin hebben gezet,” aldus Paauw. Dat betekent dat elke speler enkele dagen de tijd heeft om zijn eigen beelden door te nemen en fragmenten (clipjes) te selecteren. Eigen inbreng staat daarbij voorop: de speler bepaalt welke momenten relevant zijn voor zijn leerdoelen.
Op de eerstvolgende training na de wedstrijd (meestal maandag of woensdag) is er ruimte ingebouwd om met die videoclips aan de slag te gaan. Zoals eerder genoemd, begint elke sessie met een kwartier waarin spelers keuzes hebben. Sommige jongens nemen hun bevindingen mee het veld op. “De ene speler bedenkt aan de hand van zijn beelden een oefening: hé, dát ga ik op het veld oefenen.”
Andere spelers duiken juist achter de laptop of tablet om samen met een trainer de beelden door te spreken. Paauw: “Die gaat hier één-op-één met de trainer zijn beelden bespreken: ‘Kijk, dit zag ik… wat zou jij doen?’ Of: ‘Dit heb ik vet goed gedaan – vind je dat ook?'”
Het belangrijkste, benadrukt Paauw, is dat de speler leert herkennen wat zijn eigen kwaliteit is en hoe vaak hij die benut. “Waar het om gaat – en dat vind ik het belangrijkste – is dat een speler ziet: hé, dit is mijn wapen. Hoe vaak laat ik mijn wapen zien in een wedstrijd? Hoe vaak lukt dat?” zegt hij gepassioneerd. “Ik denk dat dát echt het meest waardevolle is.” Doordat de beelden niet liegen, krijgen spelers een eerlijk beeld van hun acties en kunnen ze beoordelen of ze hun voornemens daadwerkelijk in de praktijk brengen.

Focus op clipjes voor gerichte groei
Om de video-analyse behapbaar te houden, hanteert Paauw een simpele maar effectieve opdracht voor zijn spelers. “Ik zeg altijd tegen de speler: kies één ding – een wapen of een ontwikkelpunt – dat je in die wedstrijd hebt geoefend. Daar moet je vijf clipjes van maken,” legt hij uit. Het hoeven er dus geen tientallen te zijn; het draait om kwaliteit, niet kwantiteit. Met vijf fragmenten van één persoonlijke focus kan de speler samen met de trainer zoeken naar patronen: “Het zijn vijf verschillende situaties waarin je je wapen hebt gebruikt. Wat zijn de overeenkomsten? Waar ging het nog lastig?” Door deze gerichte aanpak blijft de nabespreking overzichtelijk en leerzaam.
Paauw merkt dat dit concept van één focus, vijf clipjes ontzettend goed werkt. Ten eerste dwingt het spelers om écht na te denken over hun eigen ontwikkeling en gericht te kijken. Ten tweede levert het voldoende materiaal op voor een zinvol gesprek, zonder dat iemand uren aan het monteren is. Sommige spelers kunnen deze analyse al bijna geheel zelfstandig uitvoeren. “De ene speler is daar gewoon wat handiger in en kan het al vet goed zelf vertellen en zien,” zegt Paauw. “De andere heeft er wat meer hulp bij nodig.” Voor die laatste groep is er begeleiding beschikbaar, maar ook zij worden gestimuleerd om steeds meer zelf te doen.
Enthousiasme en zichtbaar resultaat bij spelers
Smart11 heeft een positief effect op de motivatie van de spelers. Paauw ziet bij velen het enthousiasme groeien naarmate ze ermee aan de slag gaan.
“Vooral de spelers die elke week trouw hun clipjes maken, merk je enorm enthousiasme bij,” vertelt hij. “Die zien ook echt de meerwaarde ervan. Ze worden er zelf enthousiast van en merken ook dat ze, als ze hun beelden aan het bekijken zijn, daarin groeien.”
Met andere woorden: successen en verbeteringen worden tastbaar wanneer een speler zijn eigen acties terugziet. Dat werkt enorm stimulerend.
Zelfs jongens die in het begin wat onwennig waren met het terugkijken, blijken het na verloop van tijd hartstikke leuk te vinden. Zeker als er mooie acties tussen zitten die ze kunnen delen. “Hoe gruwelijk is het als je op school kunt laten zien: hé, dat deed ik best wel goed!” lacht Paauw. Naast dat stukje trots draagt de videoterugkoppeling vooral bij aan versnelling in hun ontwikkeling. Spelers ontdekken dat het geen straf is om je fouten of successen terug te zien, maar juist een kans om beter te worden. “Ze merken dat ze vooruitgaan in hun ontwikkeling,” aldus Paauw. “Je hebt je plan, je verzamelt daar beelden bij, en je wordt daar gericht beter in. Dat vinden ze heel fijn.”
Doordat de jeugdspelers nu zelf een bibliotheek aan persoonlijke leer- en hoogtepunten opbouwen, wordt hun ontwikkeling zichtbaar. Niet alleen voor henzelf, maar ook voor ouders, medespelers en bijvoorbeeld schoolvrienden. Dat vergroot de betrokkenheid en trots in en om het team.

Alles-in-één platform voor speler en trainer
Smart11 bewijst zijn waarde niet alleen voor de spelers, maar ook voor Paauw zelf als trainer. Waar hij voorheen met losse apps en systemen werkte, is nu alles geïntegreerd.
“Het helpt mij dat het nu bij elkaar zit met SmartCoach – dat ik één ding heb in plaats van drie, vier verschillende dingen. Dat is voor mij gewoon heel fijn, dat het allemaal bij elkaar gebundeld is,”
benadrukt hij. Het Smart11-platform combineert wedstrijdbeelden, individuele analyses, en chats in één omgeving. Voor Paauw scheelt dat tijd en geeft het overzicht: “Ik kan nu zowel op individueel als op teamniveau zien of we doen wat we graag willen, of we in goede leersituaties komen om ons verder te ontwikkelen.”
De voordelen zijn dus tweeledig:
- Voor de speler: meer autonomie, inzicht in het eigen spel en een tastbaar bewijs van progressie.
- Voor de trainer: alle informatie bij elkaar en inzicht in de leerprocessen van spelers, wat gerichtere coaching mogelijk maakt.
Paauw hoeft niet langer te schakelen tussen verschillende tools – hij heeft meer tijd om daadwerkelijk met zijn spelers bezig te zijn.
Aanbeveling: eigen inbreng loont op ieder niveau
Paauw is overtuigd dat de aanpak met zelfanalyse niet alleen bij Cambuur werkt, maar breed toepasbaar is. Sterker nog, hij zou het als speler zelf niet willen missen.
“Ik voetbal zelf nog. Ik denk dat ik zelfs mijn eigen beelden nog zo terug zou willen kijken als dat zo kan, want het is gewoon superhandig,”
zegt hij met een glimlach. “Je maakt kleine clipjes en ziet dingen van jezelf. Ik denk dat dat voor alle leeftijden heel goed is. Hoe hoger je komt, hoe meer je op de details ingaat. Hoe mooi is het als je nu al breed hiermee kennismaakt, en dat je het later echt op detailniveau kunt doen?”
Tot slot heeft Paauw een duidelijke boodschap voor zowel spelers als coaches buiten Cambuur: “Ongeacht het niveau: als jij het leuk vindt om je eigen wedstrijden terug te kijken, je wilt beter worden, en je gelooft dat je jezelf daarmee beter kan maken zonder dat je altijd iemand anders nodig hebt – dan zou ik Smart11 zéker aanraden.” Voor trainers die die filosofie delen, is het volgens hem net zo waardevol: “Als jij als trainer verantwoordelijkheid durft te leggen bij spelers, dat ze zelf initiatief nemen en zelf terug gaan kijken… Als dat bij je past, ga je er 100% enthousiast van worden. Je ziet spelers het oppakken, zelf regelen en groeien.”
Hij is dan ook zeer tevreden dat SC Cambuur met deze technologie werkt. “Ik ben heel enthousiast erover, en ik ben blij dat wij die tool in onze opleiding hebben,” besluit hij.
Deze case bij Cambuur laat zien: zelfregie voor spelers, ondersteund door Smart11, betekent sneller leren en gemotiveerde talenten.
Bekijk het hele interview met Rene hier: